Table of Contents

de Hitler mythe

De Hitler Mythe is een bouwwerk van hele fantasieën en halve waarheden dat ontstond om afstand te creëren tussen het nationaal-socialisme en haar moederschoot: het socialisme. De mythe kan als volgt worden samengevat:

Dát was het beeld van het nazisme waar generaties mee opgroeiden. Het beeld dat je werd voorgehouden tijdens de geschiedenisles, in films en in de krant. Dit beeld wordt de '''Hitler Mythe''' genoemd.

sceptici

Door sceptici wordt aangevoerd dat de Hitler Mythe gewoon niet waar kán zijn, onder meer met de volgende vragen:

cui bono?

Een mythe wint het van de werkelijkheid wanneer alle belanghebbenden de mythe prefereren boven die lastige werkelijkheid. De volgende drie groepen hadden baat bij de Hitler Mythe

het vooroorlogse establishment

Het vooroorlogse establishment moest uitleggen waarom zij Hitler en zijn holocaust niet gestopt hadden. Het moest tevens, na 1945, de steun onder de bevolking voor het nazisme kanaliseren naar steun voor haarzelf. De volgende componenten van de Hitler-mythe waren in haar belang:

de babyboom generatie

De babyboom-generatie waren de eerste "''kinderen van de verzorgingsstaat''". Zij ontfutselen de macht aan het establishment. In deze strijd bleek "''het fascisme-verwijt''" een sterk wapen: iedereen die de babyboomers in de weg staat, heet "''een fascist''".

=== na-oorlogse Duitsers ===

De Duitsers die de oorlog overleefden, moesten hun medeplichtigheid een plaats geven. En dus werd de werkelijkheid aangepast:

== de werkelijkheid ==

U ziet: de Hitler-mythe heeft voor elk wat wils. Maar kunnen we nog achterhalen hoe het werkelijk in elkaar zat?

De eerste eye-opener zijn de boeken van Sebastian Haffner (Anmerkungen zu Hitler en Geschichte eines Deutschen). Haffner beschrijft het bizarre leven in de Weimar republiek. Volgens Haffner werd Hitler beschouwd als een onsmakelijk mannetje, dat er vreemde ideeën op na hield. Er was geen sprake van een politiek genie dat de bevolking hypnotiseerde met zijn briljante speeches.

Maar toen hij in 1933 aan de macht kwam, bleek Hitler enorm succesvol: * de werkloosheid werd opgelost, * de prijzen werden stabiel, * Duitsland organiseerde de Olympische Spelen, * het internationale aanzien werd herwonnen.

Haffner somt het als volgt op: als Hitler in 1938 zou zijn verongelukt, zou hij herdacht worden als de grootste Duitse staatsman aller tijden. In de 1930’s moest je dus wel heel stevig in je schoenen staan om Hitler te blijven verafschuwen.

Een andere eye-opener is [http://www.amazon.com/Hitlers-Beneficiaries-Plunder-Racial-Welfare/dp/0805079262 Hitler’s Beneficiaries] van Götz Aly. Hierin wordt beschreven hoe de Duitsers er onder Hitler financieel op vooruit gingen. Je kunt je zelfs afvragen of Hitler wel een dictator genoemd mag worden.

Ten eerste kwam Hitler na een eclatante verkiezingsoverwinning aan de macht. Ten tweede steeg de populariteit van Hitler tussen 1933 en 1938 enorm. Ten derde was brede repressie helemaal niet nodig om Hitler aan de macht te houden: de Gestapo had in 1937 slechts 7000 man in dienst, en dat is ínclusief kantoor- en ondersteunend personeel. Dat is vermoedelijk proportioneel met het veiligheidspersoneel dat momenteel Nederland op de rails houdt. En vergelijk dat eens met de DDR (slechts 25% van Hitler’s Duitsland). Daar had men 190 duizend ‘surveillanten’ in dienst.

Met andere woorden: de nazi’s konden rekenen op de steun van een ruime meerderheid van de Duitse bevolking. Dat was ook niet zo gek. Het socialisme was al generaties lang dé politieke hoop van het volk. Maar de nazi’s waren de eersten die socialisme succesvol in de praktijk brachten.

== Adolf's sociale gezicht ==

Götz Aly noemt deze voorbeelden van de sociale politiek van Hitler:

En de Groot-Industriëlen? Hoe verging het hen onder Hitler? Bedrijven moesten onder Hitler 98% belasting betalen. In sommige gevallen moest zelfs 104% van de winst worden afgedragen. En de wapen-industrie? De nazi’s legden zonder meer beslag op alle ‘oorlogsgerelateerde winsten’. Of, in de woorden van Hitler zelf: “''Zolang er soldaten strijden aan het front, mag niemand verdienen aan de oorlog''.”

Beleggers moesten alle dividend boven de 6% afdragen aan de staat. In 1941 volgde een bijzondere winst-belasting. In dat jaar moesten woning-eigenaren plotseling de OZB tien jaar vooruit betalen. Woning-huren mochten niet worden verhoogd.

Hoe sociaal was Hitler? Laten we eens kijken naar de overheidsbijdragen aan de sociale zekerheid tussen 1938 en 1943 (in miljoenen Reichsmarks)

1938 640 mio

1939 749 mio +16%

1940 940 mio +26%

1941 1395 mio +48%

1942 963 mio -31%

1943 1119 mio +16%

Zó sociaal was Hitler. Hij voerde het solidaire, sociaal rechtvaardige beleid waar de huidige sociaal-democraten slechts van kunnen dromen.

De vraag is natuurlijk: hoe kon Hitler dat allemaal betalen? Nu, de 31% daling van de kosten van sociale zekerheid in 1942 verraadt het al. In dat jaar werd de onteigening van de rechten van Joden op sociale zekerheid boekhoudkundig verwerkt.

Hitler’s verzorgingsstaat werd betaald door de diefstal van het vermogen van Joden. Eerst in Duitsland, en later in de bezette gebieden. Zes miljoen mensen werden eerst bestolen, en vervolgens gedwongen om voor niets te werken. Pas als Hitler’s socialisten niets meer aan hen konden verdienen, werden ze vermoord.

Er was niets irrationeel aan de holocaust. Het was de enige manier waarop Hitler zijn sociale zekerheid kon bekostigen. En diezelfde sociale zekerheid was de reden dat de Duitsers hem op handen droegen, ondanks de ontberingen van de oorlog. Ze werden er allemaal beter van: de bedrijven en huizen van Joden kwamen voor ‘een prikkie’ te koop. De Joodse huisraad en kleding gingen naar degenen die hun woning verloren aan de bombardementen. Geld, juwelen en goud waren voor de staat.

Götz Aly legt de link tussen de verzorgingsstaat en de holocaust expliciet: “''Significantly, the will to achieve social reform was strongest among those leaders within the Nazi Party who were also the most actively involved in pushing forward the agenda of ethnic genocide''.”

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Hitler’s aanhang te vinden was onder de rijken, of zelfs onder de middenstand. Zij gingen er immers op achteruit. Maar als je beneden-modaal verdiende, ging je er belangrijk op vooruit.

De sociaal-democraten en de communisten deelden hun achterban met de nazi’s, en vormden dus ook de grootste politieke bedreiging. Dat is wellicht de reden dat linkse politieke kopstukken door de Sturm-Abteilung werden geterroriseerd.

Behalve arbeiders, liepen ook de jongeren warm voor het nazisme. Jonah Goldberg laat in [http://www.amazon.com/Liberal-Fascism-American-Mussolini-Politics/dp/0385511841/ref=sr_1_1?s=books&ie=UTF8&qid=1321900593&sr=1-1 Liberal Fascism] zien dat het fascisme een jeugd-beweging was. Wat waren bijvoorbeeld de leeftijden van de nazi-kopstukken? Toen ze aan de macht kwamen in 1933, was Jozef Göbbels 35, Reinhard Heydrich was 28, Albert Speer was 27, Adolf Eichmann was 26, Jozef Mengele was 21, en Heinrich Himmler and Hans Frank waren beide 26. Hermann Göring was met zijn 40 jaar een echte opa onder Hitler’s socialisten.

Jonah Goldberg stelt dat het nazisme een egalitaire jeugdbeweging met vrije sex was. Geen ''Befehl is Befehl'', maar een voorloper van de hippies. Wat betreft de [http://en.wikipedia.org/wiki/Freik%C3%B6rperkultur Frei Körper Kultur] hoeft daar geen twijfel over te bestaan. Maar John Keegan draagt in [http://www.amazon.com/Intelligence-War-Knowledge-Napoleon-Al-Qaeda/dp/0375400532 Intelligence in War] nog een saillant voorbeeld aan:

De Duitsers ontwikkelden hun geheime wapens in Peenemünde. De intellectuele prestaties, met name bij de V2, waren formidabel. Dat was mogelijk door de egalitaire, vrije atmosfeer in Peenemünde. Iedereen kon overal over mee praten. Op rang en stand werd niet gelet. Maar Peenemünde was zo lek als een mandje: de Engelsen waren goed op de hoogte.

Het contrast met het Britse spionage-centrum, Bletchley, is groot. Daar werkten 10 duizend man op een strikte need-to-know basis. De Duitsers waren nooit op de hoogte van het bestaan van Bletchley.

Keegan noemt Los Alamos niet; maar hiervoor geldt hetzelfde. Onder zeer strikte militaire regels werd daar de atoombom ontwikkeld. Richard Feynman kon hier mooie verhalen over vertellen. En opnieuw waren de Japanners en de Duitsers onwetend (hoewel de Sovjet-Unie wel een spion had binnen Los Alamos).

== socialisme en democratie ==

Het inherente probleem van democratie is ‘de dictatuur van de meerderheid’. Om aan de macht te komen, moet de politicus een meerderheidscoalitie smeden. Die meerderheid stemt alleen op hem, als men er op vooruit gaat. Maar waar moet dat geld vandaan komen? Dat kan alleen bij de minderheid worden weggehaald.

Het socialisme was vóór Hitler wereldvreemd, intellectueel en zonder succes. Hitler bracht twee vernieuwingen die cruciaal waren voor het praktische succes. En uiteindelijk lukte het Hitler wel om het geld van een minderheid over te dragen aan een meerderheid.

=== De Tang ===

Hitler ging als een tang te werk. Aan de bovenkant nam zijn NSDAP deel aan de democratie als een legitieme partij. Aan de onderkant terroriseerden ‘de activisten’ zijn tegenstanders. Hitler hield voldoende afstand van zijn activisten om juridisch en publicitair niet in de problemen te komen.

Overigens is Hitler zelf (in Mein Kampf) nogal gul. Hij gunt de sociaal-democraten alle eer. Hitler zou De Tang hebben geleerd van sociaal-democratische activisten in Wenen. Maar wie zal zeggen of dit slechts propaganda is?

=== De Coalitie der Profiteurs ===

Hitler smeedde een coalitie van mensen die profiteerden van zijn beleid. Dat was ‘de gewone man’ en ‘de jeugd’. Zij werden bevoordeeld. De rekening werd betaald door vermogende mensen en vooral door de Joden. Aangezien degenen die beter werden van het nazisme veel talrijker waren dan haar slachtoffers, had Hitler geen brede repressie nodig om aan de macht te blijven.

== de moderne sociaal-democratie ==

Hoewel hem de eer niet gegund wordt, is Hitler de grondlegger van de moderne sociaal-democratie. Beide tactische vernieuwingen, ''De Tang'' en de ''Coalitie der Profiteurs'', zijn na de oorlog door linkse partijen omarmd. (En natuurlijk bouwde men voort op Hitler’s verzorgingsstaat).

Zo kennen we in Nederland de kraakbeweging, de milieu-activisten en andere (beroeps)demonstranten. Het is hun taak om buiten het parlement om maatschappelijke tegenstanders uit te schakelen. Officieel houden de linkse partijen zich verre van deze terreur. Maar er zijn allerlei verbanden aan te wijzen. * Ten eerste zijn de poppetjes vaak dezelfde. Veel linkse politici hebben een activistisch verleden. * Ten tweede worden de kosten van levensonderhoud van activisten betaald door linkse partijen, middels uitkeringen en subsidies. * Wat betreft huisvesting moeten we de linkse politici feliciteren met hun inventiviteit. Hitler regelde ‘betaalbare huren’ bij wet. Maar middels kraken zorgen onze politici voor geheel gratis woonruimte voor hun activisten. Het is geen toeval dat de benadeelden, de woning-eigenaren, toch al geen achterban van de linkse partijen zijn.

De machtsbasis van Links wordt nog steeds gevormd door een Coalitie der Profiteurs. Maar er zijn ook veranderingen. Door technologische vooruitgang is de arbeidsproductiviteit enorm gestegen. En dus kan men via belastingen voldoende plukken van de minderheid om de meerderheid tevreden te houden.

Bovendien zijn hoge belastingen veel eleganter dan een holocaust: * Ten eerste kun je iemand maar één keer bestelen en vermoorden; terwijl je elk jaar opnieuw hoge belastingen kunt heffen. * Ten tweede is de holocaust een publicitaire nachtmerrie voor Hitler’s socialisten. Maar hoge belastingen worden gerechtvaardigd met mooie begrippen als ‘solidariteit’, ‘sociale rechtvaardigheid’ en ‘herverdeling van de welvaart’.

Omdat de maatschappelijke veranderingen snel gaan, verandert de samenstelling van de Coalitie der Profiteurs. De Fortuyn-periode was zo’n aardverschuiving: de klassieke arbeider ondervindt nu meer nadelen dan voordelen van de verzorgingsstaat. Hij is het voornaamste slachtoffer van criminaliteit en hufterigheid, terwijl de Sinterklaas van waardestijging stilletjes zijn huurhuisje voorbij is gereden. En dus kunnen de linkse partijen niet meer rekenen op “de mensen in de oude wijken.”

Hitler had het veel makkelijker. Hij kon werken met een meerderheid van arbeiders, maar zij worden inmiddels met uitsterven bedreigd. Voor hen in de plaats is een leger van managers en bureaucraten gekomen.

Het is niet moeilijk om de nieuwe Coalitie der Profiteurs aan te wijzen. Just follow the money. De media, de universiteiten, de NGO’s, de immigranten, de uitkeringsgerechtigden, de ambtenaren, de semi-ambtenaren en de zorg-sector. Zij allen worden beter van verzorgingsstaat.

De linkse politiek is evenwichtskunst: men moet steeds weer een Coalitie van Profiteurs te smeden. Maar wanneer dit lukt, heeft Links de toekomst!